Verbo "rijzen" - coniugazione verbi nederlandesi

Conjugation of have (Export PDF)

olandeseVerbo "rijzen"

infinitief
olandese
  • rijzen
onvoltooid verleden tijd
olandese
  • rees
voltooid deelwoord
olandese
  • gerezen

Aantonende wijs

onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)

ik
rijs
jij/u (je)
rijst
hij/zij/het
rijst
wij (we)
rijzen
jullie
rijzen
zij (ze)
rijzen

voltooid tegenwoordige tijd (vtt)

ik
heb gerezen
jij/u (je)
hebt gerezen
hij/zij/het
heeft gerezen
wij (we)
hebben gerezen
jullie
hebben gerezen
zij (ze)
hebben gerezen

onvoltooid verleden tijd (ovt)

ik
rees
jij/u (je)
rees
hij/zij/het
rees
wij (we)
rezen
jullie
rezen
zij (ze)
rezen

voltooid verleden tijd (vvt)

ik
had gerezen
jij/u (je)
had gerezen
hij/zij/het
had gerezen
wij (we)
hadden gerezen
jullie
hadden gerezen
zij (ze)
hadden gerezen

onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)

ik
zal rijzen
jij/u (je)
zult rijzen
hij/zij/het
zal rijzen
wij (we)
zullen rijzen
jullie
zullen rijzen
zij (ze)
zullen rijzen

voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)

ik
zal gerezen hebben
jij/u (je)
zult gerezen hebben
hij/zij/het
zal gerezen hebben
wij (we)
zullen gerezen hebben
jullie
zullen gerezen hebben
zij (ze)
zullen gerezen hebben

Impara le coniugazioni dei verbi più usati in nederlandese.